Voor de 16,2 km lange Liefkenshoek spoorverbinding werden twee tunnelkokers geboord onder de Schelde en het B1-B2 Kanaaldok met elk een lengte van 6 km. Vanaf de Schelde gaan de tunnelkokers geleidelijk omhoog richting de aankomstschacht op de rechteroever, waardoor ze dicht onder de bodem van het kanaaldok doorgaan. De grondmassa boven de tunnelkokers bestond uit een hoogstens 4,4 m dikke sliblaag, hetgeen onvoldoende was voor de stabiliteit tijdens en na het boren.
Het oorspronkelijke ontwerp voorzag in het vervangen van 8 m slib door 138.000 m³ gecompacteerd zand en een plaat van 26.000 m³ beton. Voor het verdichten van het zand tot 17 MPa was een tijdelijk zandpakket voorzien van 4 m dik, dat de diepgang van het dok zou verminderen met 2 m gedurende ten minste 6 maanden.
Hoofdaannemer THV Locobouw ontwierp een alternatieve oplossing met een damwandkuip van 270 m lang en 32 m breed. Tussen de damplanken werd 42.500 m³ slib uitgebaggerd en vervangen door 26.000 m³ lage-sterktemortel ( 5 MPa) en een plaat van 16.500 m³ staalvezelbeton.
De damwandkuip werd gerealiseerd door het heien van 2.212 ton damplanken met lengten tussen 23 en 31 m. Deze lengten maakten het mogelijk om de damplanken met een normaal trilblok (ICE 36RFts) en dieselhamer (D30 Delmag) boven water te heien. De damplanken werden op de bodem van het Kanaaldok afgebrand door duikers. De 1.192 ton afgebrande delen werden teruggekocht door ArcelorMittal. De 540 meter damwand werd geheid in slechts 8 weken.
Installatie van de damplanken in het Kanaaldok B1-B2.
De alternatieve damwandoplossing zorgde voor een kortere uitvoeringstijd, het vermijden van 6 maanden beperkte diepgang voor de scheepvaart en een veiligere uitvoering.
Meer informatie over dit project vindt u in onze Case Study Liefkenshoek Rail Link (PDF, Engelstalig, 3,77 MB).